Geen mens is een eiland

Wijkplatform


September. De drukste maand van het jaar. Vele malen drukker dan december, zelfs als je in de kerk werkt. Vandaag bijvoorbeeld kon ik wel naar vier events waar ik voor was uitgenodigd. Allemaal leuk of belangrijk. Toch koos ik voor een project dicht bij huis.

Sinds kort ben ik bestuurslid van het wijkplatform in mijn wijk. Een platform waar de gemeente Woerden veel waarde aan hecht in haar poging om meer aandacht te hebben voor de dynamieken in de diverse wijken. In mijn wijk wonen zo’n 9000 mensen en in Woerden is het de wijk met de meeste eenoudergezinnen, het hoogste percentage langdurig werklozen en relatief veel eenzaamheid. Anders dan in Amsterdam gaan de mensen hier niet zo snel de straat op. Veel huizen in de hoofdstad (vooral binnen de ring) zijn slecht gebouwd en enorm gehorig. Om even wat meer rust te vinden gaan mensen dan de straat op om een boodschap te doen of gesprekken aan te knopen.

In Woerden is dat heel anders. De huizen zijn over het algemeen van goede kwaliteit en zomaar op straat lopen om contacten te maken gebeurt veel minder snel. Maar achter de voordeuren zit veel verstopte eenzaamheid en armoede. Als je wijk dan nauwelijks of geen plekken heeft waar je als buurtbewoner even binnen kunt stappen kun je snel vereenzamen in een drukke buurt.



Mijn wijk heeft bijvoorbeeld geen café of koffiehuis. De enige horeca die in onze wijk te vinden is, is het Chinese restaurant en de snackbar. De andere winkels in het winkelcentrum lopen de meeste mensen even snel in en uit voor de dagelijkse boodschappen. Voor meer gezelligheid moet je in het centrum zijn en voor funshopping reizen de meeste mensen naar Utrecht of Amsterdam.

Een wijk vol mensen

Vandaag was er een bescheiden feestje van de winkeliersvereniging in onze wijk waar wij als wijkplatform bij aanhaakten om ons aan de wijk voor te stellen en de voorbijgangers te bevragen op het leefklimaat in de wijk. Ik voerde gesprekken met hele diverse mensen. En als pastor haakte ik soms gretig in op datgene wat niet werd gezegd maar wel in de lucht hing. Ik houd daarvan.

Soms helpt dat voorzichtige doorvragen om een beter beeld te krijgen van mijn gesprekspartner en zijn of haar behoeften dan ik via mijn vragenlijst zou krijgen. Ik proefde eenzaamheid bij veel mensen. Een sterke behoefte om gehoord te worden, er te mogen zijn, om iets te delen van de dromen en het verdriet wat hun leven gevormd heeft. Als een oester openden sommige mensen zich en lieten zich heel eventjes in de ziel kijken.

Ik moest denken aan het prachtige gedicht van John Donne: “ No man is an island” waar hij schrijft: “No man is an island entire of itself; every man is a piece of the continent, a part of the main”. Mensen horen bij mensen, een samenleving doe je samen.

Ik probeer vorm te geven aan de werkgroep sociaal domein in mijn wijk. Dat gaat een hele klus worden. Hoe bereiken wij wijkbewoners elkaar? Zitten we teveel opgesloten in onze eigen, veilige peergroups? Of zijn we vooral met anderen bezig vanuit een stukje hulpverlening? We leven in een dienstverlenende maatschappij waar solidariteit praktisch volledig verdwenen is. We zijn fixers geworden.

Solidariteit vs hulpverlening

Maar hulpverlening heeft in zichzelf iets van ongelijkheid. De helper en degene die geholpen moet worden. Begrijp me goed, er zullen altijd mensen zijn die hulp nodig hebben en altijd mensen zijn die hulp kunnen bieden. Maar als een samenleving vooral gericht is op hulpverlening ontstaat er scheefgroei. Het maakt zwakkere mensen tot projecten van de sterkere mensen. Niemand wil dat zo, maar het ontstaat eenvoudigweg door deze constructie.



In Amsterdam werkte ik zo’n 2,5 jaar in een buurtcentrum waar de bewoners (de zogenaamde zwakken) zélf het programma vormgaven en niet de welzijnsorganisatie. Dat was soms best spannend: het kon knallen tussen de bewoners en soms moest er ingegrepen worden. Ook de welzijnsorganisatie begon gespannen te worden, want als de bewoners zélf activiteiten konden opzetten, wat was dan nog de toegevoegde waarde van de welzijnsorganisatie?



Maar ik leerde er solidariteit. Ik leerde daar niet steeds dingen voor anderen te doen, maar ik leerde de weg vrij te maken voor de ander zodat deze kon groeien. Een dame van zestig met stevige psychosociale problemen kreeg de ruimte om haar oude (en vergeten) vaardigheden als lerares Nederlands uit te oefenen in een groep Marokkaanse vrouwen die nauwelijks Nederlands spraken. Ze steeg boven zichzelf uit en het stigma van psychiatrisch patiënt verdween naar de achtergrond.

Of de man met een drankprobleem die zich terugtrok als er een ruzie ontstond tussen de buurtbewoners. Dan zagen we hem een week niet totdat hij weer het lef weer had om te komen. Hij bleek een kunstenaar, een houtbewerker met meer geduld dan ik ooit zou kunnen opbrengen. En heel langzaam begon de kunstenaar het te winnen van de angst. Op dit moment is hij het stralende middelpunt van het buurtcentrum waar hij zowel volwassen als kinderen de edele kunst van houtsnijwerk leert. Mensen zien hem graag. Het is een lieve zachte man en de aangeleerde ruwheid begint te verbleken.

Mensen mogen leren stralen

Ik houd van empowerment. Het laat mensen stralen. Het dwingt niet maar nodigt liefdevol uit om weer mens te worden. Mensen zijn te kostbaar om als project te beschouwen. De sterke mag er best zijn om sommige struikelblokken weg te halen, maar dan moet er ruim baan gemaakt worden voor de gekwetste die stap voor stap mag leren om te stralen. 



Hulpverlening is soms nodig, maar kan zich ook ontwikkelen als een gif wat mensen verlamt. Daarom kies ik voor solidariteit en wil ik experimenteren met gemeenschapsontwikkeling door co-productie en het versterken van mensen en groepen zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen (en bijdragen) aan de samenleving. Ik hoop dat de gemeente Woerden en de diverse welzijnsorganisaties daarvoor open staan.

0 Comments

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.