Sperziebonen zover het oog reikt

Biologische groente

Voorovergebogen woelden mijn handen voorzichtig door de bossige sperzieboon plant. Mijn maatje is vrijwilliger op een biologische groentekwekerij en ik had met hem afgesproken dat ik een halve dag met hem mee zou gaan. Een mooi leermoment tijdens mijn zoektocht naar ecologische gerechtigheid.

Mijn jarenlange ervaring als verkoper bij een groentezaak tijdens mijn studententijd kwam me goed van pas. Ook al is het 25 jaar geleden, mijn vingers voelden nog steeds gemakkelijk het verschil tussen een plukrijpe boon en eentje die beter nog even kon blijven hangen. Het werk vorderde langzaam want de planten stonden dicht op elkaar en ik begreep direct waarom biologische groente duurder is: naast de soms mindere opbrengst wordt er niet machinaal geoogst. Veel arbeidskosten dus.

Na zo’n vijftien planten lag er twee kilo sperziebonen in mijn kistje en begon ik mijn lichaam al te voelen. Het is niet een houding waarin ik doorgaans mijn werk doe. Terwijl mijn lichaam stevig doorwerkte begon mijn geest zich rustig af te winden. Dat is wat lichamelijk werk met een mens doet: mooi werk om bij te bidden.

Het koninkrijk van God

Die morgen was de lezing van de dag uit het Matteüs evangelie. Jezus zegt daar dat het koninkrijk van God te vergelijken is met een landheer die er vroeg op uit gaat om dagloners te vinden voor het werk op zijn wijngaard. Om de drie uur gaat hij opnieuw op zoek naar meer dagloners vanwege het vele werk. Aan het einde van de dag betaalt hij alle werkers een dagloon uit; de arbeiders die heel vroeg zijn begonnen en de hele dag hard hebben gewerkt maar ook de arbeiders die maar een uurtje hebben gewerkt. Die laatste groep is dolblij maar de eerste groep is pissig en vind het onrecht.

Die ochtend had ik mijn dochter naar het vliegveld gebracht. Ik was erg vroeg opgestaan en had de tekst van de dag in de auto beluisterd. Mijn sympathie ging uit naar de landeigenaar die gul en vrijgevig is. Maar nu, met pijnlijke knieën tussen de sperziebonen, met de brandende zon op mijn rug, voelde ik me als die vroege werkers en stond ik tegenover de landman. Het bracht me tot een mooie meditatie over de boosheid van mensen en de goedheid van God.

Groene meditatievingers

Tijdens de pauze (ach wanneer…) dronken we koffie en ging het gesprek al snel over wat ik kwam doen. Mijn buurvrouw – een jonge dertiger met een aanstelling als klinisch psycholoog aan de VU – spuugde uit dat christen walgelijk hypocriet waren (no offense – knikte ze me toe). Kerken bestonden volgens haar uit mensen die het ene geloven en het andere doen. Nergens wordt meer geroddeld dan in de kerk en als het gaat om ecologische gerechtigheid dan zijn christenen wel de laatste groep waar je iets van kan verwachten.

Ik liet haar uitpraten en ze vertelde dat ze elke week op een vaste ochtend op het landje komt werken. Gewoon als vrijwilliger. Ze had al een burn-out achter de rug en had geleerd om veel te mediteren, veganistische te eten en goed te bewegen en te slapen. Het had haar ingrijpend veranderd. Haar tuinochtend was haar Zen-moment. Na de verwachtingen en het applaus van mensen had ze geleerd om eerst goed voor zichzelf te zorgen. Een jonge vrouw met heel veel academische mogelijkheden wordt geroemd en geprezen en ze vertelde dat dat verslavend was. Dopamine. Maar ze was eruit gebroken en leidde nu een nieuw leven waarin haar zelfzorg voorop stond. Ik begreep haar.

Christenen zijn niet zo groen

Het is niet de eerste keer dat ik scherpe kritiek hoor op de lauwe houding van christenen tegenover de milieucrisis. Het is mijn ervaring dat het klopt. Bij demonstraties of manifestaties kom ik nauwelijks andere christenen tegen. Tijdens het Gracelandfestival leidde ik een gesprek over yoga en ik ontdekte dat als we spreken over Chinese mannetjes in een oranje jurk we de zaak gemakkelijk als occult bestempelen (misschien niet ten onrechte) maar dat we bijvoorbeeld de neoliberale economie als volstrekt ongevaarlijk zien – terwijl ik geloof dat ook daar destructieve krachten achter zitten. Misschien wel juist daar!


Ik geloof niet dat ecologische gerechtigheid bedreven door een kleine groep de wereld zal redden. De mensheid is te inhalig en de macht ligt in handen van enkele steenrijke multinationals. Maar als kinderen van de Schepper kunnen we onmogelijk de Schepper eren terwijl we onnadenkend de schepping en haar bewoners aan het vernietigen zijn. We leven op te grote voet en we zien dat nauwelijks omdat we dat gewend zijn. Het moet echt anders. Laten we ons eens bezinnen op een goede ecologische theologie in onze kerken. Want ook dat is een daad van aanbidding.

Tijdens de ochtend kreeg ik slechts één rij van een bed bonen af. Een oneindige zee van sperziebonen. En net zoals Jezus verzuchte ik: “De velden zijn wit om te oogsten maar er zijn geen werkers”. Wat zou het mooi zijn als christenen zich zouden verbinden aan een lokale boer of tuinder om zo te leren wat het betekent om in het ritme van de natuur te leven. Kenniswerkers die een meditatief momentje pakken tussen de sperziebonen of de paksoi en van niet-gelovigen leren wat het is om de Schepper te eren met het werk wat je doet. Ik teken ervoor!

0 Comments

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.